Toename aantal verdachten van geweld tegen hulpverleners

Toename aantal verdachten van geweld tegen hulpverleners

Uit zeer recente cijfers blijkt dat het aantal verdachten van geweld tegen mensen met een publieke taak het afgelopen jaar sterk is toegenomen. In 2016 waren er 7.502 verdachten van agressie of geweld tegen hulpverleners zoals politieagenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel. Het afgelopen jaar steeg dat aantal naar 8.964, een toename van bijna 20 procent.
Het Openbaar Ministerie weet niet wat de oorzaak is van de sterke stijging. Volgens het OM hoeft het niet te betekenen dat het geweld tegen hulpverleners ook daadwerkelijk is toegenomen: de stijging zou ook te maken kunnen hebben met het betere registratiesysteem dat begin 2015 werd ingevoerd, al bleef het aantal verdachten ook ná die invoering stijgen.
Het OM eist in strafzaken over geweld tegen hulpverleners in de regel een dubbel zo zware straf. Bij evenementen zoals Oud en Nieuw hanteert het OM zelfs nog zwaardere strafeisen.
Vooral verbaal geweld
In 59 procent van de gevallen ging het om verbale agressie, zoals het beledigen of bedreigen van een hulpverlener, of het negeren van een bevel. In 35 procent van de gevallen ging het om fysiek geweld, zoals eenvoudige mishandeling, verzet bij arrestatie of openlijke geweldpleging.
Slechts in 3 procent van de gevallen was er sprake van een ernstig misdrijf, zoals zware mishandeling en (poging tot) moord of doodslag. In de overige gevallen ging het om veel verschillende soorten delicten die nauwelijks voorkomen, zoals een opzettelijk valse aangifte. De verhoudingen zijn sinds 2015 nauwelijks gewijzigd.
Twee derde van de geweldszaken tegen hulpverleners werd door het OM aan de rechter voorgelegd. Meestal gebeurde dat via een dagvaarding. Een op de vijf zaken werd door het OM afgedaan met een transactie of strafbeschikking.

Bent u als hulpverlener slachtoffer van geweld? Neem dan contact op met de ambtenarenbalie. Onze experts kunnen u adviseren en bijstaan als u zich als slachtoffer wilt voegen in de strafprocedure tegen de verdachte.

Politie mag u tijdens verhoor voorliegen!

Politie mag u tijdens verhoor voorliegen!

Niet vaak genoeg kunnen wij u aangeven dat rechtsbijstand tijdens het verhoor van meer dan groot belang is!
Inmiddels is in de rechtspraak uitgemaakt dat een agent nu ook mag liegen tijdens een verhoor, als hij maar niet teveel liegt, of later zegt dat hij het niet meende, o.i.d.
Dit houdt in, dat u tijdens een verhoor bij de politie/marechaussee of bij wat dan ook voor opsporingsambtenaar, ontzettend goed moet opletten dat wat u wordt voorgehouden/gezegd, mogelijk helemaal niet waar hoeft te zijn.

‘Grote psychische druk’ tijdens verhoor:
In de Schiedammer Parkmoord bekende Cees B. uiteindelijk onder zware druk van de politie en kreeg 18 jaar en TBS opgelegd. Feitelijk kreeg hij daarmee levenslang!
De verdediging van Cees B. kreeg daarbij eens niet de mogelijkheid meer om een ontlastende getuige te horen, omdat het Openbaar Ministerie aangaf; ‘er op te vertrouwen dat de politie en het OM hun werk goed hadden verricht’. Er werden in die zaak overigens geen DNA etc. van Cees B. aangetroffen, maar van een onbekende man. Die informatie werd echter door het OM nimmer aan de rechtbank en de advocaat medegedeeld. U krijgt/heeft dus vaak geen tweede kans na het eerste verhoor!!!

Artikel 6 EVRM en de Bijbel:
Ja, er is inderdaad ook een artikel 6 EVRM en zelfs een (Staten)Bijbel waarin staat dat het niet mag. Leviticus: ‘Gij zult niet stelen, en gij zult niet liegen, noch valselijk handelen’.
Dat het wel mag, is echter de interpretatie van ons hoogste college en daar zult u het toch echt mee moeten doen.
Wat duidelijk wordt, is dat het uitgangspunt tegenwoordig veel meer op de beheersbaarheid van enig opsporingsonderzoek tegen u wordt gelegd, dan op uw rechten als burger om behoorlijk te worden behandeld.

Uitspraak Hoge Raad: (ECLI:NL:HR:2018:18, Hoge Raad, 16/04441).
Voor iedereen die nog denkt dat het allemaal wel meevalt, hierbij de zeer recente uitspraak van de Hoge Raad.
De Hoge Raad geeft in punt 2.3.2. eerst de uitleg van het Hof en volgt die mening vervolgens in punt 2.3.3. en legt het nader uit;
2.3.2.
…het Hof ten grondslag gelegd dat het melden van de fictieve buit niet meer dan een beperkte inbreuk heeft gemaakt op de grondrechten van de verdachte en niet zeer risicovol is geweest voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing zodat bij die wijze van opsporing in het onderhavige geval geen sprake is geweest van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

2.3.3.
Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg immers slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.6.5).
U begrijpt het waarschijnlijk al, dit is feitelijk een vrijbrief voor de politie om te liegen en een schoffering van artikel 29 Sv. want in hoeverre kun je nog vaststellen dat een verklaring in vrijheid wordt afgelegd als de burger iets wordt voorgehouden dat niet waar is?
De Hoge Raad der Nederlanden geeft daarna aan dat als u en uw advocaat er iets anders van vindt, u maar moet bewijzen dat de opsporingsambtenaren het doelbewust, lees met opzet, hebben gedaan. Succes ermee!

U bent wederom geïnformeerd en gewaarschuwd!

Hein Dudink/Advocaat

Bel tijdig, als geen veroordeling u lief is!

Gemiste kans voor de Centrale Raad van Beroep!

Gemiste kans voor de Centrale Raad van Beroep!

Is “schrapping” uit een dossier ook echt een verwijdering van alle informatie? Zeker niet!

Dat blijkt uit onderstaande uitspraak. In deze zaak stond ik een militair bij die op een gegeven moment mede door overmatig alcoholgebruik terug moest van zijn uitzending uit het buitenland. Hij was echter onderzocht door een psychiater die vervolgens heeft geoordeeld dat de militair voor zijn handelen volledig ontoerekeningsvatbaar moest worden verklaard. Vervolgens is beslist tot schrapping van het hele incident uit het dossier. Later, als men van de militair af wil en nog een stok zoekt om mee te slaan, stuit men op het incident uit het verleden tijdens de uitzending. Maar die informatie was geschrapt uit het dossier, toch? Niets bleek minder waar. Men had de informatie nog en schroomde er niet voor om deze ook te gebruiken om het -in de ogen van Defensie – aanwezige alcoholmisbruik verder te onderbouwen om zo tot ontslag van de militair over te kunnen gaan.

Of het ontslag rechtvaardig was, daar kun je over van mening van verschillen, maar de Raad heeft nu overwogen dat ook informatie dat geschrapt zou moeten zijn uit het dossier gewoon gebruikt mag worden. Mijns inziens is dat een gemiste kans. Wees dus alert wanneer men zegt bepaalde informatie uit uw personeelsdossier te houden. Dit kan later dus een wassen neus blijken te zijn!

U bent bij deze geïnformeerd en gewaarschuwd!

Voor de gehele uitspraak, druk hier:

https://lnkd.in/gVXQz6a

Robbert Poort/Advocaat

Dat “RIECT” naar meer…

Dat “RIECT” naar meer…

Je zou denken dat alleen justitie, althans publiekrechtelijke instanties, achter het opsporen van criminaliteit zitten, maar niets is minder waar!

Publiek- private opsporing

Niet alleen justitie, waaronder de politie, richt zijn peilen op het bestrijden van criminaliteit, maar ook privaatrechtelijke bureaus, zoals Regionale Informatie en Expertisecentra (RIEC) en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC), richten zich op de aanpak van criminaliteit.

Deze privaatrechtelijke bedrijven worden door de gemeente, de politie, het OM, Bijzondere Opsporingsdiensten of de Belastingdienst ingeschakeld ter bestrijding van ondermijnende criminaliteit. De RIEC’s en LIEC verbinden informatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleren en ondersteunen de RIEC’s en het LIEC de publiek-private samenwerking bij de aanpak van ondermijning.

Ondermijnende criminaliteit

Het gaat hierbij om misdaad die maatschappelijke structuren of het vertrouwen daarin schaadt. Mensenhandel, de productie van en handel in drugs, witwassen, financieel-economische criminaliteit (fraude) en cybercrime: het draait allemaal om het verdienen van zoveel mogelijk geld.

Plukze-wetgeving

Uit recente cijfers blijkt dat de Plukze-wetgeving (nog) onvoldoende financieel resultaat voor de overheid heeft opgeleverd. Wellicht is dát een reden geweest om een nauw samenwerkingsverband tussen overheidsinstanties en private instanties aan te gaan. Dit uiteraard om uiteindelijk, via een ontnemingsmaatregel, het “criminele” geld o.a. in de staatskas te kunnen laten vloeien.

Dat misdaad loont dat wisten we al, maar klaarblijkelijk niet alleen voor criminelen…..

Neem contact op

Mocht u het vermoeden hebben dat u in een dergelijke situatie verkeert of dat u inmiddels al in zo’n situatie verkeert, neem dan direct contact op met ons kantoor.

Mr. S. (Sandra) Meijer.

Rechter zet streep door sanctie van de RDW tot intrekking van de APK keuringsbevoegdheid

Rechter zet streep door sanctie van de RDW tot intrekking van de APK keuringsbevoegdheid

Dat het mogelijk is om zelfs vaststaand beleid van de RDW in een individuele zaak gewijzigd te kunnen krijgen, dat blijkt uit deze zaak. Wat was er aan de hand?

Een cliënt van ons kantoor, een gerenommeerde garage, voerde al 30 jaar lang APK keuringen uit zonder problemen en tot ieders tevredenheid. Bij een van de laatste steekproeven ging er alleen wat verkeerd. De keurmeester was nog even met een klant bezig en kwam zodoende per ongeluk enkele minuten te laat op de steekproefcontrole. In de regel wordt je dan eenmalig vermanend toegesproken door de controleur en dat is het dan. In dit geval echter niet: de controleur wilde een voorbeeld stellen en maakte een rapport op.

Het gevolg was dat de RDW de zaak moest beoordelen en conform het vastgestelde beleid van de RDW was er sprake van een overtreding die volgens dat vaste beleid tot een intrekking van de APK bevoegdheid voor de duur van 6 weken moest leiden. Dit zou echter een financiële strop voor onze cliënt betekenen. Zes weken lang niet kunnen keuren leidt in zijn geval tot een financiële schade van ruim € 35.000,- met mogelijk veel klantverlies tot gevolg.

Volgens de RDW is dat wellicht vervelend, maar inherent aan oplegging van de sanctie. In de wet is echter bepaald (in artikel 4:84 Awb) dat je als bestuursorgaan bij het opleggen van een sanctie altijd ook de individuele aspecten van een zaak moet beoordelen en moet betrekken bij de vraag wat voor sanctie je oplegt. Ook in het geval van – over het algemeen aanvaard beleid – zul je per geval moeten afwegen of die sanctie en toepassing van dat beleid in het specifieke geval nog wel een evenredige sanctie is.

Met cliënt voerden wij aan dat in dit geval geen sprake meer was van een evenredige sanctie. Gelet op de grootte van de gemaakte fout (een vergissing en geen moedwillige overtreding), de geschiedenis van de garage (30 jaar lang geen fouten) en de evidente nadelige gevolgen ( € 35.000,- schade en mogelijk veel klantenverlies) stonden die omstandigheden niet meer in verhouding met de intrekking van een erkenning voor de duur van 6 weken voor zowel de garage als de betrokken keurmeester. De rechter was het met ons eens en verklaarde het beroep gegrond en paste de sanctie aan naar een kortere intrekkingsduur zodat rekening werd gehouden met de belangen van de garage, maar ook de verkeersveiligheid.

Heeft u als garage een dergelijke sanctie gekregen en bent u het er niet mee eens? Neem dan contact op met ons kantoor en laat uw zaak door ons beoordelen op haalbaarheid. Wij staan u graag bij.

U bent bij deze geïnformeerd!

Robbert Poort, Advocaat

Raad van State vernietigt ondeugdelijk ‘technisch’ onderzoek RDW over identiteit oldtimer

Raad van State vernietigt ondeugdelijk ‘technisch’ onderzoek RDW over identiteit oldtimer

Wederom is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een technisch  identiteitsonderzoek door de RDW als onvoldoende bestempeld en is er op onjuiste gronden geweigerd om een kenteken af te geven.

Je hebt hardleers en hardleers, maar de RDW weigert simpelweg nog steeds om gevolg te geven aan een uitspraak uit 2015.

Ter herinnering: in die uitspraak van de Afdeling uit 2015 werd het kenteken van de Rangerover van een cliënt ingetrokken omdat deze ‘te mooi’ zou zijn volgens een keurmeester van de RDW. Dat was kennelijk al voldoende om een PAT-onderzoek op de auto los te laten en vervolgens doodleuk het kenteken in te trekken.

Volgens de keurmeester zou er een identificatie plaatje van de auto zijn gehaald en daardoor  kon hij niet meer vaststellen of de auto van diefstal afkomstig was. Ben je na een restauratie ineens een voertuigcrimineel geworden. Alleen in Nederland tref je zulke ijverige ambtenaren…

In de uitspraak van deze week betrof  het een ingevoerde Austin Healey, waarbij door de ‘voertuig-identificatiespecialist’ van de politie aan de hand van foto’s onderzoek was gedaan. Hij constateerde dat het een nieuw plaatje moest betreffen dat niet door de fabrikant zou zijn gefabriceerd. De Afdeling gaf de RDW nog een herkansing, maar tijdens dat onderzoek haalde die specialist ter vergelijking enkele foto’s van typeplaatjes gewoon van het internet.

Echt waar, dat is dus een ‘specialistisch’ technisch onderzoek van de RDW naar een identiteitsplaatje van een auto die al 50 jaar niet meer wordt gemaakt!

Dat de bestuursrechter bij de rechtbank te Arnhem niet gelijk gehakt maakte van dat onderzoek, is eveneens onverklaarbaar. Gelukkig was/is er nog een Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State die de burger beschermt.

De eigenaar van deze oldtimer kan voorlopig weer plannen maken om te gaan toeren met deze prachtige oldtimer.

Soms is een advocaat echt handig…

U bent geïnformeerd en gewaarschuwd!

Transport en schade

Transport en schade

Naar aanleiding van een aantal vragen over (geclaimde) transportschade, is het misschien goed om aan te geven dat dit soort schades niet jaren later kunnen worden geclaimd en er ‘dodelijke’ termijnen zijn.

In een geval dat mij bijstaat, betrof het geclaimde schade van een internationaal transport in een reukvrije koel-trailer. In deze trailer werden – zoals zo vaak – meerdere goederen getransporteerd en dat gaat niet altijd goed!

Op dit soort transporten is het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer voor goederen over de weg (CMR) van toepassing. In dit geval was er een termijn van 1 jaar van toepassing op het transport en die termijn ging lopen vanaf het moment van aflevering.

De kantonrechter vond dat die termijn was verlopen. Nog erger werd het omdat degene die stelde de schade te hebben geleden, ook nog eens alle proceskosten moest vergoeden.

Soms is een advocaat echt handig…

U bent geïnformeerd en gewaarschuwd!

De transportwereld onder de loep…

De transportwereld onder de loep…

Met de grote storm van afgelopen week is er een enorme ravage ontstaan die in de miljoenen loopt. In enkele gebieden was Nederland zelfs weinig verwijderd van het niveau van een orkaan. Toch was ook de Nederlandse nuchterheid te merken. Het advies was immers: code oranje, en wat later: code rood oftewel: ga niet de weg op. Veel forensen trokken zich daar weinig van aan, zeker nu de treinen niet reden. Dan heb ik het echter over de automobilisten. Daarvoor was het risico betrekkelijk klein. Vrachtwagenchauffeurs liepen namelijk het grootste risico. Om een dergelijk voertuig met deze windkrachten in balans te houden moet je zeer ervaren zijn. Zeker wanneer je de lading nog moet ophalen en de wagen dus nog leeg is.

Daar komt echter bij dat ook de meest ervaren chauffeur in deze omstandigheden weinig kan doen om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren. Die Hollandse nuchterheid en plichtsbesef om gewoon “je werk te doen”, moeten we echter onderscheiden van chauffeurs die inzien dat het rijden met hun voertuig op dat moment levensgevaarlijk was, maar toch “moesten rijden” van de baas. Immers, genoeg chauffeurs kregen te horen dat zij wel moesten gaan, en dat het anders als werkweigering gezien zou worden. En dus gingen er een hoop, ook onbeladen, de weg op, met alle gevolgen van dien.

De ravage hebben we gezien, zelfs doden moeten we betreuren. Treuriger is echter het feit dat chauffeurs door hun werkgever onder druk zijn gezet om toch te gaan rijden met gevaar voor eigen leven. Die werkgevers zaten immers veilig op kantoor of thuis terwijl de Nederlandse chauffeurs, die toch al enorm te kampen hebben met de Oost Europese concurrentie, ondanks de enorme storm gewoon “moesten” rijden.

De vraag is echter of de werkgever juridisch gezien recht heeft om te eisen dat de chauffeurs “moeten” gaan rijden. In de arbeids- of uitzendovereenkomst zal veelal iets opgenomen staan in de trant van dat de werknemer verplicht is aanwijzingen van zijn werkgever op te volgen. Over het algemeen kun je de weigering om aan die aanwijzing gevolg te geven dan ook opvatten als werkweigering, hetgeen onder omstandigheden kan en mag leiden tot ontslag. Die omstandigheden zijn hier alleen heel anders: er is noodweer en er kan bezwaarlijk van chauffeurs worden verwacht dat zij met dit weer met gevaar voor eigen leven de weg op gaan. Sterker nog: het is juist slecht werkgeverschap indien de werkgever dit van u zou eisen.

Juridisch sta je als werknemer dan ook in je recht om te weigeren met dit weer te gaan rijden. De keerzijde is alleen dat zo’n gelijk pas later volgt. Een ontslag wordt pas achteraf geaccordeerd of vernietigd door een rechter. Tegen die tijd wordt aangevoerd dat de verhoudingen dan zodanig zijn verstoord dat ontslag, zij met een vergoeding, dan alsnog wordt verleend. Om die reden is het vooral belang om samen sterk te staan en te zorgen dat alle werknemers, of een groot gedeelte daarvan, tegelijk weigert te rijden met dergelijke weersomstandigheden. Een werkgever zal immers niet zo snel iedereen ontslaan. Twijfelt u hoe te handelen in een dergelijk geval? Laat u dan vooraf goed inlichten voor door een van onze advocaten, zodat u weet wat uw rechten zijn.

Robbert Poort, advocaat

De bevoegdheden van particuliere forensische onderzoeksbureaus

De bevoegdheden van particuliere forensische onderzoeksbureaus

Regelmatig staan er in de krant en op het internet artikelen over particuliere forensische onderzoeksbureaus die een fraudeonderzoek hebben gedaan bij een bepaalde organisatie. Zo stond er recentelijk in het Haarlems Dagblad een artikel over het forensisch onderzoekbureau Integis uit Velsen-Zuid dat onderzoek heeft gedaan bij de voormalige Santpoortse jeugdzorg instelling OCK het Spalier.

Kenmerkend voor deze particuliere forensische onderzoeksbureaus is dat zij stellen criminaliteit op te sporen en bestrijden. Maar zijn criminaliteitsbestrijding en opsporing  niet werkzaamheden die specifiek thuishoren bij de politie? Zijn deze onderzoeksbureaus überhaupt bevoegd tot zulke onderzoeken? Hoe ver mogen zij gaan in hun onderzoek.

De politie dient zich immers aan strenge regels te houden ten aanzien van bijvoorbeeld bewijsvergaring. Voor veel onderzoeksmethoden van de politie is toestemming van de rechter-commissaris vereist, maar particuliere forensische onderzoeksbureaus hoeven die toestemming niet te vragen. En dat terwijl particuliere forensische onderzoeksbureaus bijvoorbeeld e-mailverkeer onderzoeken door middel van speciale ‘spy software’. Ook heimelijke observatie door middel van camera’s, het opnemen van gesprekken, het betreden van niet openbare (besloten) plaatsen en het aftappen van telefoongesprekken zijn middelen die niet geschuwd worden door particuliere forensische onderzoeksbureaus.

En wat zijn de rechten en plichten van u als betrokkene? Bent u verplicht om mee te werken aan een onderzoek? Heeft u, zoals in het strafrecht ,het recht om te zwijgen? Moeten betrokkenen er door de onderzoekers op gewezen worden dat ze al dan niet tot antwoorden verplicht zijn?

Gelukkig zijn er wetten en regelgeving om de onderzoeksdrift van deze particuliere forensische onderzoeksbureaus te begrenzen en de rechten van betrokkenen beschermen. Daarnaast heeft de brancheorganisatie van de particuliere forensische onderzoeksbureaus heeft zichzelf gebonden aan een gedragscode. De vraag is echter of de particuliere forensische onderzoeksbureaus zich ook houden aan deze regelgeving.

Als er tegen u een onderzoek is ingesteld door een particulier forensisch onderzoeksbureau en u wilt weten wat uw rechten en plichten zijn of als u wilt dat er bij de bespreking van de onderzoeksresultaten een advocaat aan uw zijde staat, neem dan gerust contact met mij op.

Wijnand Westerman, advocaat,
e-mail:
wgwesterman@dudinkstarink.nl ,
telefoon: 0251-224646.

In het weekend vrijwilligerswerk doen gedurende arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt geen ontslag op staande voet!

In het weekend vrijwilligerswerk doen gedurende arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt geen ontslag op staande voet!

Onlangs werd een cliënte op staande voet ontslagen omdat haar werkgever meende dat cliënte haar 100% arbeidsongeschiktheid zou hebben voorgewend, de werkgever zou hebben bedrogen en haar re-integratie belemmerd zou hebben.

Cliënte werkt door de weeks als kapster in loondienst. Helaas kampt cliënte al lange tijd met RSI aan haar beide polsen, waardoor zij het kappersvak niet kon uitoefenen en door de bedrijfsarts voorlopig 100% arbeidsongeschikt werd verklaard voor het uitvoeren van het kappersvak. Echter is cliënte wel haar vrijwilligerswerk blijven uitvoeren als badjuf in een zwembad in de regio. Toen haar werkgever daar lucht van kreeg, heeft hij cliënte op staande voet ontslagen. De werkgever meende dat cliënte had moeten vertellen dat zij ook als badjuf werkte en dat gedurende haar arbeidsongeschiktheid nog steeds deed. Door dat niet te doen, en door te blijven volhouden dat zij voorlopig 100% arbeidsongeschikt zou zijn voor het kappersvak terwijl ze wel in het zwembad kon werken, meende de werkgever dat cliënte bedrog had gepleegd.

De Rechtbank dacht daar gelukkig anders over. De Rechtbank oordeelde dat het aan de medische deskundigen is om te bepalen of cliënte écht last heeft van RSI. Nu de bedrijfsarts én de huisarts van cliënte deze diagnose konden bevestigen, was daarmee de kous af voor wat betreft het voorwenden van haar arbeidsongeschiktheid. Ook is de re-integratie van cliënte als kapster niet belemmerd door het vrijwilligerswerk als badjuf. Ten aanzien van het bedrog achtte de Rechtbank niet aannemelijk dat cliënte opzettelijk zou hebben gelogen over haar vrijwilligerswerk in het zwembad; juist omdat ze dit al jaren deed zou ze hier desgevraagd niet over liegen. Omdat het echter niet aannemelijk was dát de werkgever naar de werkzaamheden van cliënte in het zwembad gevraagd zou hebben, had het in de weg van de werkgever gelegen om bijvoorbeeld eerst een loonstop of opschorting van loon toe te passen alvorens tot ontslag op staande voet over te gaan. Cliënte is dan ook tot op heden nog steeds in dienst bij de kapsalon.

Heeft u ook een probleem met uw werkgever?

De advocaten van Dudink & Starink Advocaten staan u hierin graag bij.

Inez Thieme/advocaat